Ga naar hoofdinhoud

Na Parijs is alles anders. Ineens krijg ik het idee dat ik naar huis aan het lopen ben. Het lijkt ook of ik mijn pas wat versnel. Het verlangen om thuis te komen groeit steeds meer, ik vind het onderhand wel genoeg. Toch is het na Parijs nog vijfhonderdvijftig kilometer lopen.

Hoewel de eerste etappe in Noord-Frankrijk ontzettend saai was – een eindeloze vlakte met landbouw, precies het beeld wat ik van Noord-Frankrijk heb –, is de route verder verrassend mooi. Het is een afwisseling tussen akkers en graspaden paden langs kanalen of rivieren, en rond Compiegne loop ik door uitgestrekte bossen. De laatste dagen wandel ik langs de rivier de Sambre. Er zijn geen graanakkers meer, maar weilanden met koeien, meer bomen, een echt bocagelandschap.

De route loopt weer gelijk op met de GR 655, die ik ook al vanaf Les Landes tot Tours volgde. Verschil is wel dat de pelgrimsroute hier amper gemarkeerd is. Op het gedeelte tot Saint Quentin zijn er met enige (on)regelmaat nog bordjes te zien, daarna is er alleen heel af en toe op de vreemdste plekken een koperen schelp in het asfalt aangebracht. Omdat er in dit gebied meerdere GR’s lopen heb ik vaak geen flauw idee of ik op de Camino loop of niet. Dit maakt dat ik veel minder een pelgrimsgevoel heb. Dat wordt nog versterkt doordat deze route veel minder belopen wordt. De eerste nacht in Senlis tref ik drie wandelaars die een weekendje weg zijn. Dat is toch anders in het contact dan met pelgrims onder elkaar. De volgende dag kom ik onderweg een jong stel uit Brussel tegen dat in Santiago gaat trouwen en er is een Vlaamse pelgrim bij een overnachting. Deze ontmoetingen, al zijn ze kort, geven wel meteen een gevoel van ‘We zijn samen op weg’. Voor hen ben ik zelfs de eerste pelgrim die ze ontmoeten.

Tot Saint Quentin zijn er nog pelgrimsvoorzieningen. De overnachting in de abdij van Ourscamp is voor mij een hoogtepunt. Het gigantische klooster ligt op een groot parkachtig terrein. Van de oorspronkelijke gothische kloosterkerk staat alleen nog een gedeelte van het koor. Coniferen geven aan waar de pilaren van het middenschip gestaan hebben. Op het terrein is een nieuwe kapel gebouwd. Ik woon er de gezongen vespers bij. Ik heb een kamer in het gastenverblijf. Het is een heerlijk rustige plek om te zijn. De overnachtingen van de laatste week zijn niet meer in pelgrimssfeer: ik slaap alleen nog in chambres d’hôtes en Airbnb’s. Ik ontmoet er stuk voor stuk aardige gastheren en -vrouwen, maar het is merkbaar dat ze geen affiniteit met pelgrimeren hebben. Ik ben heel blij dat ik in dit gebied waar slaapplekken en winkels schaars zijn uiteindelijk met tips van pelgrims die ik eerder ontmoette en veel googelen een voor mij haalbare planning heb kunnen maken. Nu hoef ik niet een gedeelte met de trein te doen en kan ik morgen te voet de grens naar België oversteken. Ik ben benieuwd wat me daar wacht.

Tot een volgende blog! Groet Ange

Wil je geïnformeerd worden als die verschijnt, schrijf je dan in via https://www.klankenruimte.nl/innerlijk-pelgrimeren/

Korte dagelijkse berichten en foto’s kun je lezen op Polarsteps: https://www.polarsteps.com/AngevanOmmen/6470904-pelgrimstocht-2023

Als je mijn tocht wil sponsoren kan dat via deze link: https://sarcoidose.digicollect.nl/ange-van-ommen

Scroll naar boven