Skip to content

Wat heb ik de afgelopen zes dagen genoten van de wandelingen langs de Loire. De ene keer gaat het vlak langs de oever over smalle paadjes met brandnetels en bramen, dan weer over een dijkje, of juist onder aan de dijk, soms over paden hoog boven de rivier of verder het binnenland in. In de Loire zijn eilanden en zandbanken gevormd die heel vogelrijk zijn. Er zitten vooral meeuwen, sternen, aalscholvers en reigers. Aan de oever bloeien prachtig gele waterteunisbloemen. Ik word verrast door zwarte libellen en kwakende kikkers. Het weer zit ik mee: rond de twintig graden, wat wind en afwisselend zon, wolken en een beetje regen. Dat is prima wandelweer.

Fysiek vormt het vlakke wandelen langs de Loire geen uitdaging. En in deze fase van de tocht is het eigenlijk de moeite niet om maar vijftien kilometer op een dag te lopen. Maar soms komt het onhandig uit met de overnachtingen en is er een dag van vijftien kilometer en daarna de uitdaging om 29 kilometer te lopen. En op die lange dag sta ik dan ineens voor de hekken van een zandafgraving, het is verboden terrein. Dit betekent omlopen en twee kilometer extra op de teller. Gelukkig loop ik die dag voor een groot deel over een fietspad op een dijkje, waar ik flink tempo kan maken. Het loopt heerlijk en ik sta er versteld van hoe ik het tempo hoog kan houden. Mijn lijf wordt steeds krachtiger, en sarcoïdose-vermoeidheid is iets wat compleet uit beeld is. Kennelijk ben ik op die lange afstand toch wat over mijn grenzen gegaan, want de dag erna loop ik moeizaam en kies ik een beduidend langzamer tempo. Vandaag loop ik weer als vanouds.

De Loirestreek kent ook veel cultureel erfgoed. De steden Blois en Orléans springen er voor mij uit. Gisteren in Orléans werd ik rondgeleid door de hospitaliers van de pelgrimsherberg. We hadden een gezellige middag samen. En ik vond dat ik toch minstens een van de kastelen aan de Loire bezichtigd moet hebben. In Amboise en Chaumont-sur-Loire kwam het er niet van, dus bezocht ik in Blois het koninklijk slot, dat in vier verschillende stijlen is gebouwd. Ik krijg een I-pad met Nederlandse toelichting mee. Er is zo veel te zien – volgens het foldertje ruim 30.000 items – dat het me al snel duizelt. Wat een overkill aan prikkels. Die I-pad laat ik meteen al voor wat het is. Een uur later sta ik gesloopt weer buiten. Steeds weer word ik bij bezichtigingen geconfronteerd met de beperkingen van de sarcoïdose. Wandelen is echt veel beter voor mij. Ik kruip na afloop mijn bed in om energie op te doen voor de conversatie tijdens het diner bij het echtpaar waar ik logeer.

Vandaag verlaat ik Orléans met een volgepakte rugzak met brood en beleg voor drie dagen richting het platteland. De komende dagen zijn er onderweg geen of amper voorzieningen. Gelukkig overnacht ik meestal bij families thuis en hoef ik niet drie warme maaltijden mee te sjouwen. Ik wandel nu heel gemoedelijk door de bossen. Maar het gebied dat voor me ligt, La Bosse, is een uitgestrekt landbouwgebied waar geen schaduw is. Met de voorspelde tropische temperaturen vormt dat een aardige uitdaging voor de komende dagen. Maar daarna lonkt Parijs.

 

Tot een volgende blog! Groet Ange

Wil je geïnformeerd worden als die verschijnt, schrijf je dan in via
https://www.klankenruimte.nl/innerlijk-pelgrimeren/

Korte dagelijkse berichten en foto’s kun je lezen op Polarsteps:
https://www.polarsteps.com/AngevanOmmen/6470904-pelgrimstocht-2023

Als je mijn tocht wil sponsoren kan dat via deze link:
https://www.klankenruimte.nl/innerlijk-pelgrimeren/

Back To Top