skip to Main Content

Laatst geupdate op 3 november, 2019

Het lijkt zo makkelijk en is misschien toch wel het lastigste van lang ziek zijn: veel kwijt raken van wie je eerder was, wat je kon, hoe anderen je zagen en dan stap voor stap opnieuw beginnen jezelf te vinden. 

Wij mensen zijn sociale wezens, wij bestaan bij de gratie van anderen en zijn wat anderen in ons zien. Wij kijken, voelen, wij luisteren en spiegelen ons de hele dag in de wereld om ons heen. Wat ik in de ogen van de ander zie is soms verrassend.

Langdurig ziek te zijn is als of je een ander bent geworden, je kreeg een oud tweedehands lijf als een slecht zittend pak. Je kijkt in de spiegel en herkent jezelf niet meer, je wilt dansen maar het lukt niet, mensen reageren anders op je… het is een identiteitscrisis: wie ben ik nu en waar ging het ook alweer om in het leven? 

Ken je mij? Wie ken je dan?Kan jij het hebben…dat geen bron ontspringtin mijn dieptedat ik alleen dit gezicht heb,geen ander.” (Huub Oosterhuis)

Het fijne van dit proces is dat de kwaliteit van leven toeneemt. Waar ik mij vroeger nog druk om kon maken is niet meer belangrijk, waarom zou je stressen als je net geniet van een uurtje minder pijn?! Angsten wijken, want wat kan mij nog gebeuren?! 

Kan ik het hebben dat het is zoals het is? Ja, ondertussen wél. Die mooie dokter die mij stralend tegemoet komt sluit ik nu zonder voorbehoud in m’n hart en red een kat van de weg gewoon omdat ik het kán. In dit gekke pak ben ik een held. Ik ben de betere versie van mezelf geworden, hoe mooi is dat?!

Ik weet het: het mooiste zou zijn
als ik onvindbaar was
en altijd naar mijzelf bleef zoeken.
Hoe interessant zou dat niet zijn!
Maar ik ben zó vindbaar…
zó voor het oprapen…
doe het licht uit, struikel over mij!

― Toon Tellegen (uit het boekje ‘Beterschap’)

Back To Top