Lang niet alle mensen met sarcoïdose hebben medicatie nodig. Bij sommige mensen gaat sarcoïdose vanzelf over (al kan dat wel twee tot drie jaar duren) en bij een ander deel van de mensen zijn de klachten minder ernstig of minder belastend waardoor medicatie mogelijk meer kwaad zou doen dan goed.
Er wordt dan afgewacht hoe de sarcoïdose zich ontwikkelt. Dit afwachtende beleid geldt voor ongeveer de helft van de sarcoïdosepatiënten. Ook bij een afwachtend beleid blijf je onder controle staan van de longarts en eventueel andere specialisten.
Ook de mensen die geen medicatie nodig hebben kunnen overigens veel klachten hebben. Maar omdat de medicatie veel bijwerkingen heeft en een langdurig gebruik in een hoge dosering vergt zal een behandeling met medicijnen altijd weloverwogen plaatsvinden.
Medicatie bij sarcoïdose
De behandeling van sarcoïdose met medicijnen wordt in het algemeen gestart als er sprake is van functieverlies of (dreigende) schade aan organen of als de sarcoïdose voorkomt in het hart, het zenuwstelsel of de ogen. Ook als meerdere organen betrokken zijn wordt gekeken of systemische behandeling nodig is.
Als behandeling met medicatie gestart wordt is deze in het algemeen ook lang nodig; meestal meer dan een jaar, soms enkele jaren. Na het staken van de behandeling kan de ziekte weer opnieuw actief worden, waarna de behandeling weer hervat moet worden.
Er bestaat geen medicijn dat sarcoïdose kan genezen. De medicatie die voorgeschreven wordt geneest de sarcoïdose niet, maar onderdrukt slechts de ontstekingen. Daarnaast zijn er veel factoren die bepalen of een medicijn de juiste werking en al dan niet bijwerkingen heeft. Hierop heb je deels ook zelf invloed, namelijk door je medicijnen op de juiste manier in te nemen. Meer informatie over het juiste gebruik van medicatie lees je hier.
Lokale behandeling
Bij sommige vormen van sarcoïdose is lokale behandeling mogelijk, dus behandeling op de plaats waar de ontstekingen voorkomen. Zo kan bij huidsarcoïdose zalf met corticosteroïden voorgeschreven worden en kunnen ontstekingen in de ogen met corticosteroïden oogdruppels bestreden worden. Ook wordt bij longsarcoïdose soms inhalatiemedicatie voorgeschreven.
De optimale behandeling
Niet elk medicijn is even geschikt om de ontstekingen bij sarcoïdose te onderdrukken. Uiteraard verstrekken artsen bij voorkeur het meest geschikte, meest effectieve medicijn. Dat kan een lokale behandeling zijn (alleen de plaats behandelen waar de ontstekingen voorkomen) maar meestal zal een systemische behandeling (medicijnen die in het hele lichaam werkzaam zijn) ingezet worden. Een combinatie van lokale en systemische medicatie komt ook voor.
Het medicijn dat het meest effectief is gebleken in de loop van de tijd noemen we de eerstelijns medicatie, ook wel het ‘voorkeursmedicijn’. Als dat niet (voldoende) werkt of teveel bijwerkingen geeft kan men een keuze maken voor tweedelijns medicatie of derdelijns medicatie.
Het komt ook voor dat een middel na verloop van tijd minder goed werkt en daarom moet worden vervangen door een ander medicijn.
Ieder mens is anders en reageert dus ook anders op medicijnen. Het is dan ook belangrijk dat je goed in de gaten houdt hoe je op een medicijn reageert ook al je het al langer gebruikt. Bespreek dit regelmatig met je arts. Voor zijn oordeel is de arts mede afhankelijk van jouw informatie.
Eerstelijns medicatie
Behandeling met medicijnen is nodig als er sprake is van functieverlies of (dreigende) schade aan organen. Of als de sarcoïdose voorkomt in het hart, het zenuwstelsel of de ogen. De eerstelijns medicatie is dan vooral gericht op het onderdrukken van de ontstekingen. Dit gebeurt in eerste instantie vaak met corticosteroïden, meestal in tabletvorm.
Prednison of prednisolon is één van de vele namen waaronder corticosteroïden te verkrijgen zijn. Het zijn stresshormonen die ook in ons eigen lichaam worden aangemaakt door de bijnierschors.
Corticosteroïden (prednison)
Prednison zelf is een niet-werkzame stof die pas in het lichaam door de lever wordt omgezet in de werkzame stof prednisolon. Deze omzetting gaat zo snel en volledig dat het voor de werkzaamheid geen verschil maakt of je prednison of prednisolon gebruikt.
Tweedelijns medicatie
Bij onvoldoende effect van de corticosteroïden of bij ernstige bijwerkingen worden soms andere geneesmiddelen bijgevoegd om de corticosteroïden te kunnen verminderen of zelfs te kunnen stoppen. Dit gebeurt met zogenaamde DMARD’s (Disease-Modifying Anti-Rheumatic-Drugs), middelen die het gehele afweersysteem onderdrukken. Uiteraard zijn ook deze geneesmiddelen niet zonder bijwerkingen. Voorbeelden van deze DMARD’s zijn methotrexaat, azathioprine (Imuran®) en mycofenolaatmofetil.
Methotrexaat (MTX)
Lees ook altijd de bijsluiter van je medicijn.
Azathioprine
Lees ook altijd de bijsluiter van je medicijn.
Mycofenolaatmofetil (MMF)
Lees ook altijd de bijsluiter van je medicijn.
Derdelijns medicatie
Bij onvoldoende effect van de corticosteroïden en/of de DMARD’s is de volgende optie de derdelijns medicatie: biologicals. Deze derdelijns medicatie worden vaak toegediend in sarcoïdosebehandelcentra of sarcoïdose-expertisecentra.
Biologicals zijn medicijnen waarvan de werkzame stof vervaardigd is door of afkomstig is van een levend organisme. Dit maakt deze middelen ook duur. Tegenwoordig zijn fabrikanten ook in staat om biologicals na te maken zonder dat daarbij levende organismen nodig zijn. Deze ‘nagemaakte’ biologicals noemen we biosimilars.
Voorbeelden van deze derdelijns medicatie voor sarcoïdose zijn medicijnen met de werkzame stof infliximab of adalimumab. Infliximab is bekend onder verschillende merknamen: Remicade®, Flixabi®, Remsima®, Inflectra® en Zessly®. Adalimumab is verkrijgbaar als: Humira®, Amgevita®, Hulio®, Hyrimoz® en Imraldi®.
Infliximab is oorspronkelijk op de markt gebracht onder de merknaam Remicade® en adalimumab onder de merknaam Humira®. De andere bovengenoemde merknamen bevatten ook de werkzame stof infliximab of adalimumab maar zijn biosimilars.
Infliximab
Lees ook altijd de bijsluiter van je medicijn.
Adalimumab
Lees ook altijd de bijsluiter van je medicijn.
Pijnbestrijding
Klachten van spieren en gewrichten komen vaak voor bij sarcoïdose. Ter bestrijding van deze pijnklachten zijn de meest gangbare medicijnen paracetamol en zogeheten Niet Steroïde Anti-Inflammatoire Drugs (NSAID’s). NSAID’s werken ook ontstekingsremmend maar zijn veel minder krachtig dan corticosteroïden. Voorbeelden zijn diclofenac, ibuprofen, naproxen.
Extra calcium en/of vitamine D
Sarcoïdose kan problemen veroorzaken met de calciumhuishouding. Calcium is een mineraal dat van belang is voor de stevigheid van de botten, maar ook voor de functie van de zenuwen, het samentrekken van spieren en het aanmaken van hormonen. De calciumhoeveelheid in het bloed wordt door het lichaam zelf nauwkeurig geregeld. Te weinig calcium in het bloed geeft problemen (ernstige spierkrampen, hartritmestoornissen) maar ook een te hoog calciumgehalte leidt tot soms zeer ernstige klachten (bijvoorbeeld verwardheid, uitdroging, buikpijn en nierstenen).
Een aantal stoffen speelt een rol bij het regelen van de hoeveelheid calcium in het bloed. Een van deze stoffen is het actieve vitamine D. Vitamine D ontstaat onder invloed van zonlicht in de huid, maar kan ook door de voeding in het lichaam terechtkomen. Vitamine D wordt vervolgens in het lichaam actief gemaakt. Dat gebeurt door enzymen in de lever en de nieren.
Het probleem bij sarcoïdose is echter dat ook granulomen inactieve vitamine D kunnen omzetten in de actieve vorm. Bij patiënten met actieve sarcoïdose is er daardoor het gevaar dat er te veel actief vitamine D in het lichaam ontstaat. Dit actieve vitamine D zal vervolgens een toename geven van de opname van calcium waardoor de hoeveelheid calcium in het bloed stijgt. Dat noemen we hypercalciëmie.
Medicijngebruik
Medicijnen zijn geen wondermiddelen. Er zijn veel factoren die bepalen of een medicijn de juiste werking en al dan niet bijwerkingen heeft. Hierop heb je deels ook zelf invloed, namelijk door je medicijnen op de juiste manier in te nemen.
Omdat er vaak meerdere medicijnen naast elkaar gebruikt worden is ook de wisselwerking tussen medicijnen van belang.
Tips voor medicijngebruik
- Neem medicijnen op een vast tijdstip in. Zo voorkom je dat je ze vergeet. Een handig hulpmiddel is de doseerbox die je bij de apotheek kunt kopen.
- Houd je aan de dosering en voorschriften die op het etiket staan. Deze kunnen soms afwijken van de dosering en voorschriften die in de bijsluiter staan.
- Moet je meermalen per dag een medicijn innemen, verdeel de tijdstippen dan goed over de hele dag, zoals voorgeschreven.
- Gebruik je verschillende medicijnen, dan is een geneesmiddelenpaspoort een aanrader. Neem dit altijd mee bij een bezoek aan arts of apotheker en vraag of hij het bijwerkt.
- Bewaar medicijnen in de originele verpakking op een droge, koele plaats, buiten bereik van kinderen en huisdieren, en niet langer dan tot de uiterste gebruiksdatum.
- Neem poeders, tabletten en capsules in met een vol glas water, tenzij op het etiket een andere instructie staat.
- Heb je twijfels en geeft de bijsluiter geen antwoord op je vragen, raadpleeg dan altijd je specialist, huisarts of apotheker.
Voor meer informatie over medicijnen kun je ook terecht op: www.apotheek.nl
Wisselwerking tussen medicijnen
Gebruik je verschillende medicijnen, dan kan er een wisselwerking optreden: onder invloed van het ene medicijn werkt een ander medicijn dan zwakker of juist sterker. Het is daarom belangrijk dat een arts weet welke medicijnen je nog meer gebruikt. Ook de medicijnen die je zelf bij de drogist koopt zijn van belang. Doordat je apotheker een lijst van al je medicijnen bijhoudt, kan hij bij elk nieuw recept een mogelijke wisselwerking signaleren. Indien nodig zoekt hij in overleg met de arts die het medicijn heeft voorgeschreven een oplossing. Ook vrij verkrijgbare middelen (medicijnen die je zelf bij de drogist koopt) kunnen de werking van een aantal andere medicijnen beïnvloeden. Informatie hierover is te vinden in de bijsluiter, maar je doet er goed aan om deze middelen niet zonder overleg met je arts of apotheker te gebruiken.
Merknaam of stofnaam
Over het algemeen zijn er meer middelen met dezelfde werkzame stof. Zo bevatten bijvoorbeeld de corticosteroïde middelen Prednisolon, Pred Forte, Prednisolon Minims en Ultracortenol allemaal de werkzame stof prednisolon. Ze verschillen niet in kwaliteit, wel in toedieningsvorm en prijs. Artsen zetten tegenwoordig zoveel mogelijk de stofnaam op hun recepten, zodat de apotheker het goedkoopste middel kan leveren.
