skip to Main Content

Laatst geupdate op 29 april, 2019

Oogsarcoïdose

In de literatuur wordt het percentage van oogheelkundige afwijkingen bij sarcoïdosepatiënten erg wisselend opgegeven; het varieert van 25 tot 63% van de patiënten.

De oogarts Rothova vond in een groep patiënten, bij wie de diagnose sarcoïdose door middel van  een biopt was bevestigd, bij 41% oogheelkundige afwijkingen. Uveïtis, was hierbij de meest voorkomende aandoening, gevolgd door afwijkingen aan het bindvlies(conjunctiva) en de traanklieren. Opvallend hierbij was dat veel sarcoïdosepatiënten met oogheelkundige afwijkingen weinig of geen klachten hadden, terwijl deze patiënten ook nauwelijks uitwendige tekenen vertoonden.

Bijna elk weefsel van het oog kan bij oogsarcoïdose betrokken zijn. De klachten en de behandeling zijn sterk afhankelijk van de plaats van de ontsteking.

Uveïtis

Bij patiënten met uveïtis is in 3 tot 7% sarcoïdose als oorzaak aan te tonen. Deze patiënten meldden zich bij een oogarts met in eerste instantie klachten van de ogen en geen verdere tekenen die op sarcoïdose wezen. Vaak zijn er verder nauwelijks of geen algemene verschijnselen. De oogklachten en verschijnselen kunnen meer dan een jaar vóór de algemene symptomen van sarcoïdose optreden.

Bij uveïtis heeft de patiënt een rood, soms pijnlijk oog (of beide ogen). Het zicht is wazig, er zweven soms zwarte vlekken voor de ogen en er is vaak een overgevoeligheid voor licht. Dit kan, maar hoeft niet samen te gaan met algemene verschijnselen van sarcoïdose.

In het netvlies zijn met name de bloedvaten vaak aangetast. De patiënt kan netvliesafwijkingen opmerken door het zien van zwarte vlekken die met de beweging van het oog meegaan. In ernstige gevallen kunnen afsluitingen van vaten in het netvlies ontstaan met als gevolg bloedingen en vochtophoping. Het bindvlies (conjunctiva) is ook vaak aangedaan, waarbij kleine bobbeltjes, zogenaamde follikels, kunnen ontstaan. Als de traanklier is aangedaan treden er met name klachten over droge ogen op. Een enkele maal kan ook de gezichtszenuw bij de ziekte betrokken zijn. Meestal is dit een reactie op al bestaande oogafwijkingen.

Diagnose

De manier waarop de diagnose oogsarcoïdose gesteld kan worden hangt af van de plaats waar de ontstekingen zich bevinden.

Om uveïtis of afwijkingen van het netvlies waar te nemen is een onderzoek nodig om in het oog te kunnen kijken (fundoscopie). Hiervoor wordt de pupil met oogdruppels wijder gemaakt waardoor het zicht enkele uren wazig wordt.

Om betrokkenheid van de traanklieren aan te tonen wordt een Schirmer-test gedaan en eventueel een biopsie.

Een biopsie van de follikels in het bindvlies kan granulomen laten zien en daarmee de diagnose bevestigen.

Behandeling

De algemene therapie voor sarcoïdose zal meestal bestaan uit corticosteroïden in tabletvorm (prednison), die meestal voorgeschreven worden de longarts of internist. Als dat onvoldoende resultaat geeft kunnen middelen zoals plaquenil en methotrexaat worden ingezet, en tenslotte Humira®.

Vaak wordt oogsarcoïdose (ook) lokaal behandeld, door middel van oogdruppels die corticosteroïden bevatten. Soms zijn daarnaast nog pupil verwijdende druppels nodig (atropine of tropicamide).

Vooral bij aandoeningen van het netvlies kunnen injecties naast het oog met corticosteroïden noodzakelijk zijn. Deze injecties kunnen bijwerkingen hebben zoals staar of een hogere oogdruk. Hiervoor wordt dan de gebruikelijke oogheelkundige behandeling gestart.

Indien het troebel worden van het glasvocht het zicht ernstig beperkt en medicatie onvoldoende helpt kan een vitrectomie(vervanging van het glasvocht) worden overwogen. Aangezien dit een ingrijpende operatie is, zal deze ingreep alleen bij een ernstige bedreiging van het gezichtsvermogen worden geadviseerd.

Als de traanklier is aangedaan  worden, naast de verdere therapie, kunsttranen en/of zalf worden voorgeschreven.

Regelmatig oogheelkundig onderzoek (bijvoorbeeld eenmaal per jaar), ook als de sarcoïdosepatiënt geen klachten heeft, is belangrijk om eventuele oogafwijkingen vroegtijdig op te sporen en eventuele nare gevolgen (op termijn) te voorkomen.

Prognose

Bij de acute regenboogvliesontsteking worden meestal weinig complicaties gezien en de reactie op de behandeling met oogdruppels (corticosteroïden en pupil verwijdende stoffen) is over het algemeen goed.

De chronische, geleidelijke vorm van regenboogvliesontsteking begint meer sluipend, heeft helaas meer complicaties, reageert slechter op behandeling (druppels en/of tabletten) en heeft een slechtere prognose.

Back To Top