Skip to content

Soms het eerste signaal

 

De tattoopoli in het VU medisch centrum – Amsterdam is in 2017 opgericht door dermatoloog Drs. Marcel Pos. Inmiddels is de poli verhuisd naar het Alrijne Ziekenhuis in Leiden. Pos richtte de poli op naar aanleiding van een patiënt met een allergische reactie op een tatoeage. Onze redacteur Froukje ging in gesprek met deze enthousiaste dokter. 

Pos kende de patiënt vanuit het Alrijne Ziekenhuis in Leiden. Doortastend als hij is, heeft hij zijn ervaringen gedeeld met het VUmc. ‘Ik vind huidafwijkingen die je door tatoeages kunt krijgen interessant. In de afgelopen jaren heb ik menig tattoopatiënt gezien met een diversiteit aan complicaties, zoals allergische reacties, auto-immuun huidziekten, littekens of infecties. Deze infecties zijn vaak oppervlakkige infecties, maar je kunt ook te maken hebben met ernstige infecties. Een andere bijzondere complicatie is een ‘blow-out’: doordat er te diep getatoeëerd is, komt er tattoo-inkt in het vetweefsel. Ook zie ik patiënten met littekens, keloïden (abnormale toename van littekenweefsel in de huid) en een heel grote groep met auto-immuunziekten.’

Zie je sarcoïdose als een auto-immuunziekte? 

‘Auto-immuun- of multisysteemziekte, dat vind ik zelf ook lastig. Artsen, dermatologen en onderzoekers kunnen geen bacterie of virus als oorzaak vinden, maar je vindt wel die (granulomateuze) ontstekingen. Het lijkt op een overdreven reactie van het lichaam en onder andere daarom noemen we het maar een auto-immuunziekte. Nog een argument hiervoor zijn de afweeronderdrukkende medicijnen, zoals prednison, die lijken te helpen.’

‘Veel auto-immuun huidziekten kunnen getriggerd worden door een trauma: een snee bij een operatie, krabben, een schaafwond bij een val óf dus het laten zetten van een tatoeage. Op die aangedane plek kan de auto-immuun huidziekte opvlammen, dit noemen we het Köbner-fenomeen. Een Duitse arts met die naam beschreef dit fenomeen als eerste. Een van de voorbeelden die hij aanhaalde was een lokale opvlamming van psoriasis nadat iemand een tatoeage had laten zetten.’

‘De afgelopen jaren heb ik veel mensen met sarcoïdose en tatoeages gezien. Vaak zie je dat er sprake is van bobbels of een zwelling in de tatoeage: ‘papels of noduli’, zoals dat in de dermatologie genoemd wordt. Deze plekken geven jeuk of pijn. Dat kan ineens gebeuren, direct na het zetten, maar ook na tien of vijftien jaar. Dit heeft mogelijk te maken met het Köbner-fenomeen. Het blijft opmerkelijk dat dit na vele jaren nog terug kan komen. De gedachte hierachter is dat het een interactie is met het afweersysteem. Blijkbaar kunnen we spreken van geheugencellen in littekens of in tatoeages.’

Is het niet zorgelijk dat mensen geen idee van dit gevaar hebben? 

‘Dat is de reden van de oprichting van de tattoopoli: één gespecialiseerde zorgplek in Nederland waar mensen naartoe kunnen worden verwezen. Voorheen werden patiënten met tattoo-problemen gezien bij verschillende specialismen: huisarts, internist, plastisch chirurg en dermatoloog. Nu krijgen patiënten veel efficiëntere gespecialiseerde zorg.

Zodra ik bepaalde plekken en bobbels op tatoeages zie, weet ik dat dit een marker kan zijn voor sarcoïdose. De screening op sarcoïdose bestaat op onze poli vaak uit een huidbiopt, bloedonderzoek en een röntgenfoto. Deze kunnen op een dag plaatsvinden. Redelijk frequent vind ik dan sarcoïdose.’

En dan? De mensen horen ineens dat ze sarcoïdose hebben… 

‘Uiteraard begin ik met een uitgebreide uitleg over de aandoening. Maar ook vóór alle onderzoeken, als er een bepaalde kans is op sarcoïdose leg ik kort iets uit over de ziekte en waarom de onderzoeken nodig zijn. Overigens, bij een bult in een tatoeage is de kans nog steeds groter dat de persoon in kwestie sarcoïdose niet heeft dan wel. Zo nodig werken we samen met longartsen en gaat de patiënt ook nog naar de cardioloog of naar andere specialisten. Mijn taak is om de juiste dermatologische diagnose te stellen en zo mogelijk de ziekte uit te sluiten.’

Als er sarcoïdose gediagnosticeerd is, hoe kan de huid genezen? 

‘Vaak start ik met sterke zalven of ik zalf ‘onder occlusie’: je smeert de zalven op de huid en je brengt er een soort van folie over aan, waardoor de zalf beter intrekt. Dat werkt vaak heel goed tegen die reactie op de tatoeages, maar niet altijd. Mogelijk komt dit omdat bij sommige mensen het pigment dieper in de huid zit. Bijgevolg zit die huidreactie ook wat dieper. We stappen dan over op injecties met corticosteroïden. Vervolgens zijn er nog beperkte middelen, waar wetenschappelijk van is bewezen dat die het goed doen bij huidsarcoïdose: bijvoorbeeld Plaquenil (hydroxychloroquine) en methotrexaat. Als er sprake is van sarcoïdose, ga je om de tafel zitten met de patiënt, de longarts en eventueel de KNO-arts. In welke organen zit het? Waar heeft iemand last van? Gezamenlijk kijken we welke middelen geschikt zijn. Vaak kom je als eerste op methotrexaat uit. Prednison kan soms ook. Bijwerkingen van de medicatie worden eveneens besproken.’

Het lijkt me een goede reden om tatoeages af te zweren. Gebeurt dit ook? 

‘Gek genoeg heb ik veel sarcoïdosepatiënten die klachten hebben, maar toch gelijk vragen of ze een nieuwe tatoeage kunnen laten zetten. Ik geef toe dat ik in eerste instantie die vraag een beetje gek vond, maar later bedacht ik dat dit een heel logische vraag is. De vraag naar tatoeages is groot en mensen worden er gelukkig van. Daarnaast is een tatoeage soms niet puur ter decoratie, maar noodzakelijk. Denk bijvoorbeeld aan de tepelhofdecoraties bij borstreconstructies of ter littekencamouflage. Dan heb je nog de permanente make-up: tatoeages van de wenkbrauwen, de oogleden en lipcontouren. Er zijn mensen met een aantal huidaandoeningen waardoor ze haaruitval krijgen, waaronder ook de wenkbrauwen. Wenkbrauwharen kunnen gelukkig ook getatoeëerd worden.’

Kun je meer vertellen over je onderzoeken? 

‘Vorig jaar ben ik een onderzoek gestart in het AMC onder vele sarcoïdosepatiënten. Toen hebben we een vragenlijst gemaakt met twee hoofdvragen:

  1. Heb je een tatoeage?
  1. Heb je er ooit last van gehad?

Hier hebben ontzettend veel mensen op gereageerd. Uit de enquête bleek dat ongeveer 22,2% van de sarcoïdosepatiënten een tatoeage heeft, en 21,3% van die groep heeft daar klachten van ondervonden. Ze hebben vaak last van die bobbels, jeuk en van verdikte lijnen.’

Is er dan nog wat aan te doen en is er altijd wat aan te doen? 

‘Zeker weten! Zoals de eerder genoemde sterke zalven, injecties en later eventueel tabletten.

Als iemand een heel actieve sarcoïdose heeft, dan is dat lastig. Soms is die afweerreactie zo sterk. Tot nu toe heb ik nog niet gehad dat ik niemand kon helpen of dat iets niet heeft geholpen.’

Zit er een verschil tussen de acute sarcoïdose en de chronische vorm? Als op dat moment de sarcoïdose actief is, genezen die huidafwijkingen dan?  

‘Als deze acuut is en in een opvlammingsfase zit, is hier nog niet veel over bekend. Ik ben eens gebeld door een huisarts over een patiënt met mogelijke sarcoïdose waarbij alle tatoeages ineens waren opgezet. Ik heb deze patiënt snel laten komen. Als iemand zwarte tatoeages heeft en deze allemaal opgezet blijken, is er sprake van het zogenaamde Rush-fenomeen. Er zijn onderzoeken die laten zien dat in dat geval de kans groter is dat de patiënt daadwerkelijk sarcoïdose heeft.’

‘Ik kan mij voorstellen dat als je sarcoïdose hebt en die vlamt ineens op, dat dit in alle tatoeages gaat opspelen. Dit is des te meer een uiting van de sarcoïdose. Als je ineens zo’n opvlamming hebt en iemand heeft verder nooit ergens last van gehad, dan is prednison misschien tijdelijk een goede optie. Dat zijn echter speculaties, want je moet ook kijken naar de andere organen.’

‘Een andere bevinding uit het AMC-onderzoek met sarcoïdosepatiënten is dat de mensen met klachten voornamelijk mensen waren met een donker huidtype. Dit is een significant verschil. Het onderzoek waarin we dat gevonden hebben heet ‘Tattoos and self‐reported adverse events in sarcoidosis patients’ (Tatoeages en zelfgerapporteerde bijwerkingen bij sarcoïdosepatiënten) en is onlangs gepubliceerd in het gerenommeerde dermatologisch tijdschrift ‘Journal of the European Academy of Dermatology and Venereology’. Het is bekend dat sarcoïdose vaker voorkomt bij mensen met een donkere huid, waarom deze echter meer klachten hebben in tatoeages kunnen we nog niet goed verklaren.’

Kun je een helder advies van de dokter geven? Je hebt sarcoïdose, doe je er dan goed aan om een tattoo te laten zetten? 

‘Ik informeer goed over de risico’s, dat is het allerbelangrijkste. Ik bespreek het Köbner-fenomeen indien iemand al een tattoo heeft. Sowieso, als je een tatoeage laat zetten, moet je rekening houden met alle complicaties. Je kunt onder andere een infectie, een allergie voor de inkt en littekens krijgen. Voor sarcoïdosepatiënten geldt natuurlijk hetzelfde en daarbij hebben zij de kans om een opvlamming te krijgen van de sarcoïdose in de tatoeage. Maar als iemand het echt graag wil, wie ben ik om te zeggen dat het niet mag?’

‘Ik heb ook wel eens iemand gehad die geen wenkbrauwhaar had en zich wilde laten tatoeëren. Dat kon ik goed begrijpen vanuit het oogpunt van de patiënt. Dan ga je toch met elkaar de risico’s na. Soms beslis je om dan eerst een proefplek te laten tatoeëren.’

Hoe veel tijd moet je daarvoor nemen? 

‘Dat is precair. Hoe langer je de tijd neemt, hoe zekerder je bent. Echter, we zien ook reacties na acht of tien jaar.’

Kun je nog een laatste bijzonder onderzoek beschrijven?  

‘Ja zeker, over tatoeage geassocieerde uveïtis. Hierbij hebben mensen plekken, bulten, bobbels of zwellingen in hun tatoeage. Het zijn niet zozeer wonden, maar zwellingen. Daarbij ontstaat tegelijkertijd uveïtis. Dat is een ontsteking van het vaatvlies in het oog die aan de voorkant en/of aan de achterkant van het oog kan optreden. Toen ik dat voor het eerst hoorde, dacht ik meteen aan sarcoïdose. Nu is sarcoïdose een ontzettend moeilijke diagnose om te stellen, mensen hebben pas na jaren een verklaring voor bijvoorbeeld de vele longontstekingen of moeheid waar ze langdurig mee te kampen hadden. Toch, als je die mensen blijft volgen, lijkt het dat zij geen andere uitingen hebben van sarcoïdose. Terwijl ik wél vergelijkbare uitingen in de ontstekingen in de huid vind. In de longen of andere organen worden dan geen afwijkingen van sarcoïdose gevonden, daarom lijkt dit een aparte entiteit. Dit wordt een tatoeage geassocieerde uveïtis genoemd. Er zijn wereldwijd ongeveer 40 à 50 casussen bekend. Op de tattoopoli heb ik dit al meerdere keren gezien. Dat is zeer interessant, want tot dusver legde niemand de link tussen de tatoeages en de uveïtis. Ik heb daarentegen mensen gezien op de tattoopoli die ik dezelfde dag heb doorverwezen naar de oogarts en ze bleken inderdaad een uveïtis te hebben.

Je hebt veel sarcoïdosepatiënten gezien, terwijl de ziekte in Nederland niet heel vaak voorkomt.  

‘Er is natuurlijk maar een tattoopoli in Nederland. Huisartsen en dermatologen weten inmiddels het spreekuur te vinden. Als mensen met sarcoïdose meer willen weten over risico’s of over hun huidafwijkingen in tatoeages, zijn ze in het vervolg welkom op de tattoopoli in het Alrijne Ziekenhuis Leiden. Sinds 1 april vindt mijn spreekuur daar plaats. De gehele tattoopoli is verplaatst van Amsterdam naar Leiden.’

Back To Top