Ga naar hoofdinhoud

Laatst geupdate op 30 mei, 2024

Liever tol betalen dan ‘zeuren’

Drie keer in de week hijs ik mezelf op de crosstrainer in de sportschool. In ‘coronavrije’ tijden dan. Half uurtje in een redelijk tempo. Nou ja, een tempo dat bij mijn leeftijd past. Wel stevig genoeg om de zweetdruppeltjes tevoorschijn te halen en het trainingsjack uit te trekken.

Televisieschermen aan de wand tegenover me leiden de aandacht af en zo is een half uurtje snel voorbij. Daarna nog wat krachttraining en vervolgens het zwembad in. Heerlijk ritueel met als beloning een geurende cappuccino, havermoutkoek en uiteraard bijkletsen. Mannen kunnen dat ook.

Meestal geen vuiltje aan de lucht, maar op sommige dagen sporten er een paar heren mee. Ongevraagd. Daar zijn ze weer, de heren Besnier en Boeck. Zonder enige aankondiging springen de heren die sarcoïdose hebben ‘uitgevonden’ op je rug, trekken aan je benen en prikken venijnig in je gewrichten en longen. Het lijkt wel of de crosstrainer op stand twintig staat in plaats van op vijf. Alle alarmbellen staan op rood, maar natuurlijk ga ik door. Puffend en steunend maak ik het half uurtje vol en sleep ik me naar de toestellen, want die krachttraining kan ik niet overslaan. Badend in het zweet werk ik op acht toestellen het computergestuurde programma af. ‘Ik zweet altijd veel’, mompel ik tegen een bezorgde instructeur die opmerkt dat ik er wel heel verhit uitzie.

Ik hoor Besnier en Boeck lachen.

Even is er twijfel, deze keer het zwembad maar overslaan? Ben je gek, dàt doen we niet! Dus zwem ik de voorgenomen baantjes en doe braaf mijn oefeningen in het water. Afgepeigerd bestel ik niet veel later de cappuccino en koek. Alleen deze keer, voor bijkletsen heb ik geen puf meer.

De tol van mijn grenzen

Weer thuis ga ik toch maar even liggen. Maar niet lang, want de koelkast is akelig leeg en het avondeten moet ook nog gemaakt worden. Mijn vrouw werkt de hele dag en die kan ik niet opzadelen met dat soort klusjes. Dus op pad en maar hopen dat de heren Besnier en Boeck een ander slachtoffer uitkiezen. IJdele hoop. De vermoeidheid sluipt in iedere vezel van mijn lichaam en de gewrichten knarsen bij elke beweging.

Toch ga ik door. Natuurlijk weet ik dat ik de tol dagenlang zal betalen. En natuurlijk weet ik ook dat mijn vrouw ’s avonds hoofdschuddend zegt: ‘Ik zeg niets meer’. Het is een repeterend verhaal met altijd dezelfde conclusie: ik ga het anders aanpakken. Veel meer rusten, luisteren naar mijn lichaam en naar de adviezen van deskundigen die in koor roepen: ga niet over je grenzen heen.

‘Het put je uit, zowel geestelijk als lichamelijk. Dat houdt geen mens vol’, waarschuwt Goke van Spall. Zij is haptotherapeute en is al meer dan twintig jaar een vraagbaak voor mensen die grenzen niet (willen) zien of steeds verleggen. Een valkuil die je behoorlijk pijn kan doen als je er in dondert. En dat gebeurt regelmatig.

Continue leerproces

‘Je moet leren waar de grens ligt, dat moet je leren voelen’, zegt Goke van Spall die er lachend aan toevoegt wel drie dagen te kunnen vertellen over dit onderwerp. ‘Jouw lijf is een prima barometer. Misschien herken je kleine waarschuwingen niet. Toch wat meer moe, je laat een kopje vallen of loopt tegen de hoek van de tafel aan. Kortom, je zit niet zo goed in je vel.’

Zeker, herkenbaar. Maar voor mij absoluut geen reden om op de rem te trappen. Er is nog zoveel te doen en de grens is nog lang niet in zicht. Trouwens, geen idee of die kleine waarschuwingen afkomstig zijn van de heren Besnier en Boeck. Wel weet ik uit jarenlange ervaring dat een ‘sarcoaanval’ meestal uit het niets tevoorschijn komt. Zonder enige vooraankondiging. Heel kort samengevat: Bam! Geen idee of dat bij mensen met sarcoïdose gemeengoed is.

Goke van Spall slaat een andere weg in. Een heel gevoelige weg. ‘Het waarnemen van sensaties in je lichaam, wat voel je nou echt, is niet altijd gemakkelijk. Als iemand vaak over zijn of haar grenzen heen gaat, heeft dat bijna altijd te maken met vroeger. Met een minder leuke gebeurtenis, een pijnlijke ervaring. Dat is natuurlijk heel persoonlijk en voor iedereen anders.’

Zeuren is niet de aard van het beestje

En: ‘Iedereen ontwikkelt een patroon. Ik moet toch hetzelfde aantal kilometers halen of minimaal zoveel kilo’s omhoog duwen. Daardoor negeer je signalen die er misschien wel zijn. Misschien had je niet in de gaten dat het beter was geweest om te stoppen. Dat doe je dus niet, want je wilt geen zeur zijn.’

Daar zit wel iets in. Tenminste, het is herkenbaar. Niet zeuren, het gaat over. Goke van Spall: ‘Als mensen tegen je zeggen: ik hoor je vrijwel nooit zeuren, voelt dat als een soort beloning. Dat geeft een goed gevoel en wie wil dat niet? Dus worden de signalen die er waarschijnlijk wel zijn, naar de achtergrond gedrongen. We gaan door! Alsof je een topsporter bent die vrijwel altijd over grenzen gaat. Maar dat is inherent aan topsport.’

Sarcoïdose als topsport. Zo heb ik het nooit bekeken, maar raakvlakken zijn er zeker. Het kan slopend zijn, zelfs zo erg dat uitputting op de loer ligt als je niet tijdig op de rem trapt. ‘Dat moet je dus leren’, zegt Goke van Spall. ‘Door de signalen te herkennen én er naar te luisteren, geef je jezelf ook een beloning. Dan hoef je niet over die grens om aandacht te krijgen. Dan geef je jezelf aandacht, hoeft je ‘onbewuste’ geen rare fratsen meer uit te halen en blijf je binnen de grenzen.’

Klinkt logisch, maar de praktijk is weerbarstig. Om in coronatijd (tijdens het schrijven van dit artikel is er een lockdown inclusief avondklok) toch de nodige beweging te hebben, klim ik regelmatig op de hometrainer en wandel ik de nodige kilometers aan elkaar. Dat voelt meestal goed, maar er zijn ook dagen dat ik niet alleen loop. Dan lopen die bemoeizuchtige heren mee, maar dat is geen reden om de wandeling een paar kilometer in te korten. Ben je gek. Dat doen we niet. En als ik dan thuiskom, ben ik best trots op mezelf en neem ik de mindere dagen die volgen op de koop toe.

Of is dat de verkeerde beloning?

Scroll naar boven