Skip to content

Wat is tijd? En wat doet het met je?

Wat is tijd en wat doet tijd met je? Dit zijn complexe vragen. Ik kom er niet zomaar uit. Als taalkundige denk ik gelijk aan uitdrukkingen waarin het woord tijd voorkomt, zoals ‘tijd is geld’ en ‘de tijd heelt alle wonden’. Een filosoof of natuurkundige zal het begrip tijd anders benaderen. Een avondlang surfen op internet levert mij interessante inzichten op, maar geen eenduidig antwoord op beide vragen. Ik vrees dat iedereen dagenlang zou kunnen discussiëren over het begrip tijd.

De tijd is door de mens bepaald. De aarde draait, dag en nacht worden afgewisseld. De mens heeft de uren, minuten en seconden eraan gekoppeld. Het besef van tijd heeft voornamelijk te maken met beleving en ervaring.

Subjectief

We ervaren dat de tijd traag voorbij gaat als we op een belangrijke uitslag wachten. En de tijd vliegt als we in een flow zitten te werken of een fijne vakantie vieren. Iedereen beleeft tijd anders. Een zieke beleeft de tijd anders dan een gezond persoon. Het is niet zo dat ik als chronisch zieke hier dag en nacht mee bezig ben, maar de tijd voordat ik ziek werd komt vooral boven als ik tob met mijn gezondheid. Als ik mijn kinderen de trap op zie rennen en ik erachteraan sjok, beleef ik zo’n retromoment. Ook weet ik nog de eerste keer dat ik onder de PET-scan lag. Dit duurde een eeuwigheid, waarschijnlijk had dit te maken met de angst dat ik nog niet wist wat mij mankeerde. De derde keer onder dezelfde scan, met muziek erbij, leek het medisch onderzoek een stuk sneller te gaan, terwijl de duur van het geheel exact dezelfde was. Op mijn werk is tijd een belangrijke factor. Om het uur gaat de bel en wordt er van mij verwacht dat ik een nieuwe les draai. Leerlingen vertragen mijn les als het lesprogramma ze niet aan staat. Door van werkvorm te veranderen, haal ik de vertraagde tijd in.

P.C. Hooft

Elk schooljaar behandel ik enkele sonnetten van de zeventiende-eeuwse dichter P.C. Hooft. Mijn passie voor literatuur is de leerlingen geheel duidelijk, ik ben namelijk helemaal in mijn element als ik zo’n sonnet voor de klas mag analyseren en interpreteren. Het is stil in de klas. Sommige ogen zie ik wazig kijken, sommige leerlingen zie ik een beetje wegdromen. Dat is zo mooi, want iets heeft ze geraakt. Iets van wat ik heb gezegd laat ze naar een andere wereld vertrekken. Ook al haken ze af met een puberale overtuiging dat dit de reinste kindermishandeling of onzin is, met deze discussie heb ik al iets met poëzie bereikt.

Nu moet ik oppassen dat de lezer geen les Nederlandse poëzie van mij krijgt, maar de sonnetten van P.C. Hooft hebben zoveel te bieden. Ik vrees dat ik een speciaal sonnet de sarcoïdosepatiënt niet kan onthouden. Dit bekende sonnet gaat namelijk over tijd:

“Gezwinde grijsaard die op wakk’re wieken staag de dunne lucht doorsnijdt, en zonder zeil te strijken altijd vaart voor de wind, en ieder na laat kijken, doodsvijand van de rust, die woelt bij nacht bij daag;

onachterhaalb’re Tijd, wiens hete honger graag verslokt, verslindt, verteert al wat er sterk mag lijken, en keert en wendt en stort staten en koninkrijken, voor iedereen te snel: hoe valt gij mij zo traag?

Mijn lief, sinds ik u mis, verdrijf ik met mishagen de schoorvoetige tijd, en tob de lange dagen met arbeid avondwaards. Uw afzijn valt te bang

en mijn verlangen kan den Tijdgod niet bewegen, maar ’t schijnt verlangen daar zijn naam van heeft gekregen, dat ik de tijd, die ik verkorten wil, verlang.”

 

 

Als we alle tijdelementen in het titelloze gedicht van P.C. Hooft een ander kleurtje zouden geven, ziet het sonnet er fleurig uit. Laat ik er een voorbeeld uithalen: de personificatie, de schoorvoetige tijd. Hier wordt een menselijke eigenschap gekoppeld aan tijd. De tijd die aarzelend binnendringt en zich vervolgens opdringt. Die herken ik maar al te goed. Zeker als ik iemand mis, als een dierbaar persoon uit het leven is weggerukt. Het duurt dan lang, te lang zelfs, om de rouw uit het lichaam te krijgen.

De schoorvoetige tijd herken ik ook als tijdelement in mijn dagelijks bestaan. Van rustig aan naar opschieten, van hanteerbare stress naar racen tegen de klok. Ik schijn er bijzonder gevoelig voor te zijn: de haast overvalt me te vaak, net als de drukte in die bedrieglijke tijd. Zelfs in mijn dromen komt dat voor. Bij mij past blijkbaar niets binnen de tijd en ik vraag me zelfs af of de simpele conclusie ‘je wilt dus te veel’ wel zo van toepassing is. Ik ben in staat om dingen vooruit te schuiven, maar meestal komt er dan gewoon iets bij. Hopeloos dus.

Het mooiste wat dit gedicht mij brengt, is dat tijd als de Tijdgod wordt beschouwd. Tijd is superieur, staat boven alles en is in die zin niet te vermurwen. De tijd gaat onverbiddelijk door en als mens voelen we ons er machteloos bij.

Machteloos

Als ik mij machteloos voel, vlucht ik in mijn fantasie. Ik zou maar al te graag een sprong in de tijd maken. Zo’n droom, zoals in de klassieke film Back to the future is natuurlijk fantasie, maar ik moet bekennen dat deze vaker dan eens voorkomt. Natuurlijk wil ik niet naar de tijd die voor mij ligt om met mijn ouderdom en kwalen geconfronteerd te worden, maar wel om de mogelijkheden te gebruiken die mij als sarcoïdosepatiënt misschien geboden worden. Wellicht weten we dan de oorzaak van sarcoïdose en kunnen we de ziekte zelfs voor zijn. Ik fantaseer bijwijlen dat chirurgen het vele onnodige bindweefsel uit mijn longen kunnen halen, zodat ik trappen energiek op kan lopen en heuvelige plekken niet meer zal mijden. Hoeveel tijd zou het mij schelen als ik minder vermoeid zou zijn? Hoeveel tijd zou er vrijkomen als ik na een leuk evenement geen hersteltijd zou hebben?

Ik draaf een beetje door. De indruk mag niet ontstaan dat ik ontevreden ben met mijn leven. Zeker niet als sarcoïdosepatiënt. Ik heb mijn leven moeten aanpassen. De tijd voor mijn gezin, werk en mijzelf is noodgedwongen anders ingedeeld. Tijd bepaalt veel en is superieur, maar die zit het genieten van het leven en zeker niet het genieten van poëzie in de weg.

Back To Top